Voor een ‘Europa in Mineur’

Traduction néerlandaise de

art1169Begin juni 2003 lieten een aantal vooraanstaande Europese intellectuelen,
daartoe aangezocht door Juergaen Habermas en Jacques Derrida, in een
meerdere landen enkele bespiegelingen verschijnen met het doel een
bijdrage te leveren aan het Europese eenwordingsproces, dat door een
buitengewone delicate en zelfs dramatische fase verkeert. Het was hoog
tijd dat er zoiets gebeurde, aangezien het Europees project in de
voorbijgaande jaren nauwelijks enig sociale mobilisatie noch individuele
reflexie vermocht aan te zwengelen, laat staan enige hartstocht wist op te
wekken binnen de Europese ‘civil society’. Het Europees eenwordingsproces
was het domein gebleven van bankiers en burokraten, het droog construct
van een zuiver administratief mechanisme.

De text van Habermas en Derrida heeft dus een positieve functie in de zin
van een oproep om intellectuele verantwoordelijkheid te nemen door Europa
als een zwaartepunt te maken van ons aanhoudende zorg, niet alleen in
politiek maar ook in filosofische opzicht. Maar ik vrees dat het paradigma
dat ten grondslag ligt aan hun gedachte en initiatief ten een male niet in
staat is om de ernst van de huidige situatie het hoofd te bieden. De
poging van Habermas en Derrida getuigd van hoogstaande gevoelens, doch is
tot mislukken gedoemd omdat zij het standpunt vertegenwoordigd van een
culturele identiteit die niet langer geldigheid bezit.

Het nationaal-liberalitarisme als maatschappelijke ontwrichting en
preventieve oorlog

Wij zijn de laatste maanden getuige geweest van de nederlaag van het
Europese eenwordingsproject zoals wij die tot nu toe gekend hebben. Deze
nederlaag is het rechtstreeks gevolg van de vershuiving in het conceptueel
paradigma die in de Europese geschiedenis plaats heeft gevonden: wij laten
thans het humanisme en de verlichting achter ons. De tekenen van deze
nederlaag kwamen overduidelijk naar voren met de botsing die plaats vond
tussen de Frans- Duitse kern binnen de Europese Unie en het oorlogzuchtige
front dat ontstond in het kielzog van het Bush presidentschap.

Het oorlogzuchtige front heeft zich als taak gesteld de onbegrenzde
uitbreiding van het dogma van het neo-liberalisme. Zelfs nu duidelijk is
geworden dat dat het primaat van het individueel belang boven het
collectieve de structuren van het beschaafde maatschappelijk bestaan heeft
ondermijnd of zelfs vernietigd, zijn de heersende groepen beslist niet van
plan om op het door hen gevoerde beleid terug te komen. Het
nationalistiesch egoisme, of zelfs dat van clans, heeft thans de overhand
gekregen op de mondialiseringsvertogen. Autoritair overheidsingrijpen
neemt steeds vaker de plaats in van de dynamiek van de ‘vrije markt’ om de
belangen van de multinationale ondernemingen veilig te stellen. Wat onder
het paraplu van het Amerikaanse beleid van totale oorlogs aan het ontstaan
is, is een nationalistiche vorm van neo-liberalisme dat in wezen
anti-globalistisch is. Wij noemen het ‘nationaal-liberalitarisme’. De
privatisering van het water, van het erfelijk materiaal, van de
(tele-)communicatie ruimte zijn even zovele nieuwe domeinen waar de
multinationals hun veroveringsscenarii realiseren. Het Europees project
kan alleen maar zin hebben als het afstand neemt en zich onafhankelijk
maakt van deze tendensen, en hun omverwerping voorbereidt. Maar de huidige
groep Europese leiders heeft noch het benul, noch de intentie, en
allerbelangrijkst: helemaal niet de macht om zich op te werpen tegen de
nationaal-liberalistische blauwdruk. En het is daarom dat het er niet in
slaagt om het Europees projekt te realiseren, hetgeen juist het reflexie
onderwerp en vooral het actie voorwerp moet zijn van de
anti-kapitalistische sociale bewegingen. Slechts onder die voorwaarde zal
het Europees eenwordingsproces een origineel karakter behouden. Het is
alleen daarin dat de anti-liberalistische sociale bewegingen een positieve
levensdoel zullen vinden.

De gevaarlijke illusie van het Europees nationalisme

Op het zelfde moment als de oorlogzuchtige toonzetting van de Amerikaanse
regering aanzwelde grepen de illusies omtrend de autonomie van de Europese
politieke entiteit om zich heen. Ondanks, of juist dankzij de
ondergeschikte strategisch en militair status van Europa, hebben velen
gedacht dat Europa een alternatief op het Amerikaans model kon zijn.

Toen ze zich tegen de Amerikaanse aanvalsoorlog strategie verzetten hebben
Frankrijk en Duitsland (vooreerst) hun eigen economische en geopolitieke
belangen verdedigd. En zij hebben verloren. Het tamelijk nazi-achtig
aandoende motto « Shock and Awe » als titel van de ‘film’ die wij machteloos
hebben moeten aanzien laat duidelijk blijken dat de Amerikaanse strategie
erop gericht was niet alleen de Arabische landen, of de Islamitische
wereld te bedreigen en diepe angst aan te jagen, maar ook alle
natie-staten en alle sociale stromingen en bewegingen die op zoek zijn
naar alternatieven op de globale nationaal-liberalistische dictatuur (*).
Als wij tegenover deze dreiging alleen maar een nationalistisch getint
Europees projekt stellen, hebben we de slag bij voorbaat verloren. Europa
zal nimmer in staat zijn om een militaire macht te worden dat het
Amerikaans nationaal-liberalitarisme (*) het hoofd zal kunnen bieden, of
zelfs zal kunnen indammen. En mocht ze toch daartoe in slagen, door een
machtige en verenigd leger op te bouwen en een onwaarschijnlijke eenheid
in de politieke besluitvorming te bereiken, dan zou dat alleen maar in een
nieuwe nachtmerrie betekenen, en niet een bevrijding uit de huidige
nachtmerries.

Niet Amerika, niet Europa, maar een wereldwijde beweging tegen de oorlog
en het nationaal-liberalitarisme

Zelfs binnen de andersmondialiseringsbeweging heeft het idee van een
tegenstelling tussen Amerikaanse hegemonie en Europese autonomie voet aan
de grond gekregen, waarbij die autonomie de verdediging van de
burgerrechten en een wat meer sociaal-democratisch getemperde vorm van
economisch liberalisme zou inhouden. Men moet deze voorstelling van zaken
resoluut van de hand wijzen: er is niet zoiets als Amerika eenerzijds en
Europa anderzijds, er is een Europees-Amerikaanse demokratische publieke
opinie die tegen de oorlog is – al vertegenwoordigd zij een ruime
meerderheid in Europa en een minderheid in de Verenigde Staten. Dat is het
probleem.

Moeten we Europa dan maar vergeten? Geenszins. De demokratische
anti-liberalistische beweging moet het concept van een Europa dat
opgebouwd moet worden langs de lijn van geopolitiek of economisch
nationalisme bestrijden en daar tegenover een projekt stellen van Europese
eenwording gebaseerd op post-natie-staat uitbreiding van onderop. Wat het
aantrekkelijkste van Europa is, is het bestaan van netwerken die met geen
enkel teritorium overeen komen, en die ver buiten de grenzen van
historisch en aardrijkskundig Europa reiken. Tegelijkertijd moet men gaan
nadenken over een toekomst van de Verenigde Staten zonder in
anti-Amerikanisme te blijven steken.

Amerika nu glijdt af naar een vorm van militair fascisme. In een artikel
getiteld ‘Gaining an Empire, Losing Democracy’ schreef Norman Mailer dat
« de combinatie van capitalistische macht, gemilitariseerde maatschappij en
het fanatisme van de vlag thans geleid heeft tot een pre-fascistische
stemming in de Verenigde Staten ».Het is niet moeilijk zich voor te stellen
dat de Bush clan hetzelfde soort gevaar zou kunnen voorstellen als de
Duitse nationaal-socialistische partij, met dien verstande dat zij wapens
van massa vernietiging bezit waar Hitler gelukkig geen beschikking over
had. Maar de Verenigde Staten Anno Nu zijn niet het Duitsland van de
Dertiger jaren. Het is absoluut noodzakelijk om de nadruk te leggen op de
onvereenigbaarheid tussen de Amerikaanse libertaire en democratische
traditie en het ‘Bushy’ nationalisme, wil men niet in de val lopen die de
ideologie van de preventieve oorlog voor ons klaar legt. Bush is in de
allereerste plaats de vijand van het Amerikaanse volk. Het is dan ook
vanuit de Verenigde Staten zelf dat de wereldwijde beweging Bush moet
verslaan, en een einde moet maken aan de nationalistische waan, en aan het
extreem neo-liberalisme die deze waan heeft veroorzaakt. De opbouw van een
Europees blauwdruk moet ook daartoe dienen, namelijk niet in het poneren
van een tegenstelling tussen Europees identiteit en Amerikaanse
deterritorialisatie, maar in het doen ontstaan van een nieuwe sociale
beweging die het nationaal-liberalitarisme uiteen zal doen spatten.

De verloren erfenis van de Europese Verlichting

Met de oproep van Habermas en Derrida heeft de Europese intellectuele
aristocratie een meer verheven opzet proberen te lanceren, die gebaseerd
is op het Europees cultureel erfgoed. Maar wat leeft daar nog echt van?
Aan de basis van de Europese politieke traditie vinden wij een verzameling
momenten die een gemeenschappelijke grondslag delen: het primaat van het
recht op het geweld, als manifestatie van de almacht van de Rede. Echter,
de uitzaaing van particularistisch geweld, de verbreiding van
massa-vernitigingswapens, het zich afficheren van een hegemonisch, doch
niet universele, politieke regelaar – en een die niet op de wet, het
recht, of de rede is gebaseerd, maar op afschikking – lijkt deze te doen
verschijden, net zoals het gebruik van geweld als onderdeel van bedreiging
of dwang. De twee filosofische sleutel elementen van de moderniteit die
de essentieel grondslag van de Europese cultuur vormen zijn de
fundamentele mensenrechten en het universele karakter van de Rede zoals
die door de Verlichting zijn uitgeroepen, alsmede het uit de Romantiek
voortkomende principe van een volkse nationale en territoriale identiteit.
Welnu, dit zijn precies de twee elementaire kenmerken van de Europese
culturele identiteit die thans de wereldbuehne lijken te verlaten.

De deterritorialisatie die door het de telematika en het info-capitalisme
in gang is gezet heeft een crisis van de traditionele identiteiten
veroorzaakt en tegelijkertijd de drang naar reactieve identiteiten
opgevoerd. Wat van het Romantisme overblijft zijn tegenwoordig
geperverteerde verschijnselen van populistisch nationalisme of erger nog,
van racistisch localisme en geweldadig communitarisme. Het Romantisme is
zijn progressief karakter geheel kwijt geraakt en het verlichtingsdenken
is van elk universele regeringsmacht gespeend, omdat het in de reele
wereld de tegen elkaar bewapende particularismen zijn die nu de dienst
uitmaken.

In de maanden die vorafgingen en in de maanden die volgden op de oorlog in
Irak heeft het Amerikaans presidentschap een enkel boodschap uitgezonden:
te weten dat niets belangrijker is dan naakte macht. Daarom zijn en de
Veiligdsraad en de Europese Unie gelijk buitenspel gezet toen ze afstand
namen van het besluit om een preventieve oorlog te voeren. Het
Amerikaanse presidentschap heeft geen enkele moeite genomen om de
betekenis van haar daden te verzachten of te verhullen. Het primaat van de
naakte macht is deel gaan uitmaken van de doctrine. Wij moeten daarvan
acte nemen: dit is de nieuwe doctrine die in de plaats komt van het
moderne politiek universalisme: het recht betekent niets, alleen naakte
macht telt. Voor het verlichtingsdenken, dat de basis vormt van het
Europese cultureel construkt betekent het niets anders dan een volledige
nederlaag.

De andersmondialiseringsbeweging na 15 februari 2003

15 februari was het eindpunt van de geschiedenis van de wereldwijde
beweging die in Seattle begonnen was. Deze nu is op een keerpunt
aangeland. De beweging zelf was gebaseerd op de aanname dat mobilisatie
door middel van betogingen in staat zou zijn om het consensus betreffende
de neo-liberale politiek te ondermijnen. Dat was correct en het bleef waar
van Seattle tot en met Genua. Echter, na de 11e September is het gezag
over de capitalistische mondialisering overgegaan van de handen van de
politieke klasse die tot nog toe de mondialisering had bestuurd in die van
een zuiver mafieuze afsplitsing daarvan. Wij geloven niet dat het mogelijk
is om dit mafieus smaldeel een halt toe te roepen door middel van een
politieke kritiek, en evenmin door het ondermijnen van de consensus. Zij
kan namelijk de oorlog uitroepen wanneer het haar uitkomt en daarbij het
consensus opleggen. Het handelen van de Bush regering na de 15e Februari
betekent niets anders dan het volgende: « Wij hebben het consensus in het
geheel niet nodig. Wioj oefenen macht uit door geweld, door systematische
bedreiging en door een wereldomspannende infiltratie apparaat van het
collectief bewustzijn waarvan de hoogste bazen Rupert Murdoch and Bill
Gates heten, en de flunkies lokale mafiabaasjes zijn zoals Berlusconi. »

Wij moeten deze boodschap begrijpen en de logische consequenties eruit
trekken: de beweging moet haar methode van actievoeren veranderen. De
beweginge heeft in de voorgaande jaren een buitengewoon resultaat bereikt:
zij heeft de consensus betreffende het neo-liberaal beleid ondermijnd, zij
heeft de eerste stappen gezet op weg naar een zelf-organisisatieproces van
de cognitieve arbeid. Maar nu is de context zo dramatisch anders geworden
dat doorgaan op dezelfde voet geen enkele zin meer heeft. De G8 top in
Evian heeft dat aangetoond. G8-toppen en andere multilaterale
bijeenkomsten van de groten van de mondialisering hebben weinig meer te
betekenen. De macht is nu geconcentreerd in de handen van een enkele,
planetair opererende club grote monopolisten op het gebied van energie,
informatie of militaire technologie. Zodoende komt het houden van
betogingen ter gelegenheid van de bijeenkomsten van de groten der aarde
niet verder dan getuigenis afleggen.

De massa-zelfmoordaanslagen

Op andere momenten van de moderne geschiedenis hebben mannen en vrouwen,
wanneer zij geconfronteerd werden met onderdrukking en geweld, volstrekt
terecht naar de wapens gegrepen, hebben verzetsgroepen gevormd en de
tyranie bevochten. Vandaag de dag zal het niet zo snel gebeuren, omdat de
nieuwe generatie begrepen heeft dat geweld tot fascisme leidt en dat de
beweging zelf als uitdrukking van verzet voldoet. Geweldadig vezet is
onverenigbaar met militant actievoeren. Bovendien is het onmogelijk om
zich een ommekeer in de machtsverhoudingen voor te stellen, omdat de kloof
tussen degenen die de macht bezitten en de meerderheid van de
wereldmaatschappij absoluut is geworden: het komt overeen met het verschil
tussen een atombom en een Molotov- cocktail. Maar er is een ander vorm van
actie die wel een aannemelijke antwoord geeft op de wanhoop voor wie geen
enkele hoop meer op een menselijke toekomst heeft: namelijk de
zelfmopordaanslag. Zelfmoord is bezig de belangrijkste doodsoorzaak onder
de jeugd te worden, en wij moeten er ernstig rekening mee houden dat een
steeds groter aantal mensen, en niet alleen aanhangers van het Islamitisch
geloof, ervoor zullen kiezen om zich zelf in een menselijke springlading
te veranderen om hun eigen wanhoop teniet te doen en wraak te nemen op hun
onderdrukkers. Het is een ijzingwekkende, edoch aller waarschijnlijke
perspectief, die wij thans duidelijk vorm zien nemen, als ware het een
massa trend, een besmettelijke en exemplarische vorm van gedrag bovendien,
dat razendsnel om zich heen grijpt.

Er is geen hoop meer. Wij moeten de hoop opnieuw uitvinden

Het is op het ogenblik wel erg moeilijk om te beweren dat er hoop is.
Nochthans, tijdens de zwartste momenten van de Europese geschiedenis, toen
de Wehrmacht overal in Europa binnenviel en het Nazi-beest zich wierp op
haar machteloze slachtoffers, zag men hoop gloren aan de horizon. Het was
de hoop op het communisme dat miljoenen arbeiders op de been hield, het
was de hoop op democratie, op technische en sociale vooruitgang. Maar
vandaag de dag is er van deze hoop niets meer over. Het woord communisme
roept alleen maar associaties op met onderdrukking, leugenachtigheid en
obscurantisme. Het woord democratie verliest elke geloofwaardigheid op
het moment dat Bush als de grootste verdediger ervan optreedt. De techniek
heeft geweldige vooruitgang geboekt, maar het huidige machtsapparaat heeft
het omgezet in een instrument van controle, geweld, onderdrukking en
moord.

Wij kunnen niet namens de hoop spreken: alleen huigelaars kunnen vandaag
de dag beweren dat zij het koesteren. Maar we kunnen ons evenmin
neerleggen bij het aanwaarden van de wanhoop, als ware het het laatste
woord in de geschiedenis van de mensheid. Wij moeten de hoop heruitvinden.
Dat is de taak van de beweging in deze nieuwe fase. Te weten heruitvinden
wat niet meer is, en saboteren wat wel bestaat. En al die plekken,
letterlijk en figuurlijk te verlaten waar de overheersing, de uitbuiting,
en de oorlog de dienst uitmaken en een nieuwe horizont op te bouwen.

Europa moet nog uitgevonden worden. Het Europa waar de politici die in
Brussel zitten het over hebben is een kadaver. Wij moeten het concept
uitvinden dat in staat is om te functioneren als het constituerend
principe van een nieuw, origineel, nog nooit vertoonde Europees lichaam,
dat nietemin aangepast is aan de rijkdom die het symbolisch kapitaal heeft
gegenereerd, maar het ook in toom houdt. En de potentie die ingesloten in
het netwerk van de ‘General Intellect’ waarmaakt. Europa is geen
vaststaande identiteit maar een toekomstig zijn gedragen door zeer
omvangrijke sociale en economische krachten, die echter een positief
horizont ontberen. Kan Europa als een territorium omschreven worden: Ik
zeg van niet. Europa kan alleen maar begrepen worden als een verkering
tussen nationale en regionale grondgebieden. Het is geen multinationale
staat en evenmin een pact tussen natiestaten.

Europa als netwerk van netwerken

Als wij gevraagd worden naar onze interpretatie van Europa, gebaseerd op
onze eigen waarneming, kan ons antwoord alleen zijn dat Europa een netwerk
van netwerken is. Vergeleken met op territorium gebaseerde politieken en
de geschiedenis daarvan vertoont een netwerk nieuwe eigenschappen.
Aleereerst heeft een netwerk geen vaste ‘geometrie’, het kan uitdijen of
inkrimpen naar gelang de specifieke functies die het moet ontwikkelen.
Bovendien kan een netwerk naast een andere bestaan zonder dat er sprake
hoeft te zijn van een gemeenschappelijk territorium, en het kan met een
ander netwerk functioneren zonder met deze samen te vallen.

Derhalve komt het stellen van de kwestie van de grondwet in en voor de
Europese ruimte neer op het ‘constitutionaliseren’ van het toekomstig
zijn: netwerken zijn niet, ze worden. Kan je het ‘worden’ in een grondwet
vangen? Dat is allen maar mogelijk als je je een grondwet voorstelt dat
werkt als een (software) programma, namelijk als een verzameling
technieken die gemaakt zijn om de regels aan te passen elke keer dat de
inhoud van hun toepassingsgebied verandert. En de algemene methode hierbij
is het verlenen van privileges aan de minderheid. De minderheid is
namelijk de rooilijn waarlangs het netwerk zich uitbreidt, zich ontwikkeld
en zichzelf wordt. Binnen een netwerk geldt het gezag van de minderheden.

Moderne democratie is gebaseerd op het regeren door of namens de
meerderheid. Die regel had zijn goede gronden zolang de geldigheid van de
wet in het territorium gelegen was, en het territorium een Newtoniaanse
ruimte was waar het principe gold van de ondoordringbaarheid der lichamen,
en waar tegenstrijdige, want ruimtelijk samenvallende, belangen speelden.
Maar in een netwerk is iedereen in de minderheid, want in een onbestemde –
alsmaar groeiende of krimpende – ruimte is het vaststellen van stabiele
meerderheden onmogelijk. Niemand kan op zich zelf het bevel voeren.

Het radikaal overdenken van de democratie is dus aan de orde van de dag.
Het woord democratie is een leeg begrip geworden op het moment dat de
globale dimensie de overhand heeft gebkregen op de lokale, nationale of
regionale dimensies. Wat voor een democratie is het waarbij multinationale
ondernemingen de regels bepalen die het leven van miljarden mensen
beinvloeden zonder deze allesbepalende beslissingen aan enig vorm van
parlementaire goedkeuring of toestemming door middel van de stembus te
hebben onderworpen? Anderzijds kan men zich niet goed voorstellen dat
democratie in de toekomst zou bestaan uit het klakkeloos toepassen van het
stelsel van ‘een persoon een stem’ op een mondiale schaal. Men kan zoiets
wel als voorstel naar voren schuiven, het helpt het probleem te poneren,
maar het is niet echt een optie. Niet zozeer vanwege de praktische
bezwaren van een werledwijde stembusslag, daar zou vast wel iets op te
verzinnen zijn, maar vooral omdat een werledwijde politieke besluitvorming
alleen maar zijn beslag kan krijgen als rekening wordt gehouden met de
verschillen, de bijzonderheden en onoverbrugbare ongelijkheden. Maar op
dat nivo zullen het met name de multinationale ondernemingen zijn die
onmiddelijk in de bres zullen springen om de uitdrukking van deze
politieke wil te manipuleren: groot en oncontroleerbaar als ze zijn hebben
ze al het arsenaal aan instrumenten in huis om de verbeelding, de
behoeftes, de smaken, de angsten en de illusies in hun modellen te
vangen. Globale democratie betekent dus niet de vorming van een algemene
wil uit de optelsom van de mondiale wensen, maar een vermenigvuldiging van
beslissingsruimten en momenten, en een ‘fractalisering’ van de politieke
besluitvorming. Zeer kleine gemeenschappen moeten in staat worden gesteld
om zichzelf te besturen als onafhankelijke, maar met elkaar verbonden
netwerken die op die manier de maatschappij vormen. Het Europees
grondwettelijke ontwikkelingsproces moet uitgaan van een fractaal,
genetwerkte, en mineure concept van de vorming van de volkswil.

Daaruit vertaald (moet kunnen, gebeurde met Tolstoy ook) door Patrice
Riemens
Amsterdam, November 2003.

van het kennis proletariaat).

——–
(*) Noot van de vertaler: Bifo (althans Giselle Donnard in haar vertaling)
schrijft hier ‘dictature nazi-liberale’, zoals hij eerder schreef
‘national-liberalisme’. Ik heb dat laatste vertaald met
nationaal-liberalitarisme, een woord dat in het Frans niet bestaat, maar
in het Nederlands wel, althans begrijpelijk is (cf. het Engelse
‘libertarianism’) als overtreffende trap van het (neo-)liberalisme. Het
bijwoord ‘nationaal-liberalistisch allitereert natuurlijk doelmatig met
‘nationaal-socialistisch’. Ik denk dat Bifo de term ‘nazi-liberalisme’
alleen maar gebruikt heeft bij ontstentenis van een woord in het Frans (cq
in het Italiaans) dat de overtreffende trap van het (neo-)liberalisme
uitbeeld. Maar ik heb vooral gemeend dat het woord ‘nazi’ in het
Nederlands te laten staan een te gechargeerde indruk had gemaakt, en het
betoog verzwakt – dan wel ontkracht zou hebben. Tevens heb ik ook wel
‘liberalisme’ vertaald als ‘neo-liberalisme’, wat volgens mij de bedoeling
vd auteur beter weegeeft in het Nederlands. Maar goed, hier zoals altijd
geldt: traduttore traditore.

——–
(*) Note du traducteur: Bifo (ou sa traductrice Giselle Donnard) ecrit ici
‘dictature nazi-liberale’, comme il avait ecrit plus haut
‘national-liberalisme’. J’ai traduit le premier terme par ‘nationaal
liberalitarisme’ en neerlandais, un mot qui n’existe pas en Francais, mais
est comprehensible dans notre langue (cf l’anglais ‘libertarianism’) comme
stade superieur du (neo-)liberalisme. Et l’adjectif – en hollandais –
‘nationaal-liberalistisch’ fait evidement allusion a ‘nationaal
socialistisch’. Je pense que Bifo a utilise le terme ‘nazi-liberalisme’
parce qu’il manque en Francais/ en Italien un mot qui exprime le stade
superieur du (neo)liberalisme. Mais j’ai surtout pense que maintenir le
mot ‘nazi’ en neerlandais aurait ete trop en faire (pour des raisons
historiques et socio-linguistiques) et aurait nuit au discours, voire
l’aurait invalide. Par ailleurs, j’ai souvent remplace ‘liberalisme’ par
‘neo-liberalisme’, qui me semble plus correspondre en neerlandais a la
pensee de l’auteur. Mais ici comme ailleurs, evidement c’est: ‘traduttore
traditore’…

Bifo (Franco Berardi)

Aussi appelé « Bifo », est un philosophe et militant issu du mouvement autonome italien des années 1970. Militant marxiste, cofondateur de la radio libre Radio Alice, il a aussi connu et travaillé avec Félix Guattari à la fin des années 1970. Il enseigne aujourd’hui l’histoire sociale des médias à Milan. Il a publié récemment Tueries. Forcenés et suicidaires à l’ère du capitalisme absolu (Lux, 2016).